Variabelen en datatypes in JavaScript: var, let en const
geverifieerd op 7 september 2026 · 3 min
In dit hoofdstuk kijken we naar de basis van variabelen en datatypes in JavaScript. Je ziet hoe je een variabele declareert en gebruikt, welke datatypes er beschikbaar zijn en hoe je die bewerkt. Die basis heb je nodig om efficiënte en onderhoudbare JavaScript-code te schrijven.
Variabelen declareren in JavaScript
Een variabele is in JavaScript een houder waarin je een waarde bewaart. Zo declareer je er een:
let maVariable;
Daarmee declareer je een variabele ‘maVariable’ die nog geen waarde heeft. Je kunt een variabele ook meteen een beginwaarde geven met de toewijzingsoperator (=):
let maVariable = 5;JavaScript kent drie sleutelwoorden om een variabele te declareren: var, let en const. Het sleutelwoord var is het oudste en bestaat sinds de begindagen van JavaScript. let kwam met ECMAScript 6 (ES6) en is inmiddels de aanbevolen manier om een variabele te declareren. const, ook uit ES6, gebruik je voor variabelen die na hun beginwaarde niet opnieuw toegekend mogen worden.
Het is belangrijk het juiste declaratiesleutelwoord te kiezen op basis van het beoogde gebruik van de variabele. Als je van plan bent een nieuwe waarde aan je variabele toe te kennen (bijvoorbeeld verhogen of verlagen), gebruik dan het sleutelwoord let. Wil je dat je variabele een constante, onveranderlijke waarde heeft, gebruik dan het sleutelwoord const. Het sleutelwoord var negeert daarentegen de blokscope: een var-variabele die in een if of een lus is gedeclareerd, blijft zichtbaar in de hele functie die haar bevat, of in het hele script als ze buiten een functie is gedeclareerd. Dat is een bron van moeilijk te vinden fouten: bewaar het voor oude code.
Datatypes in JavaScript
In JavaScript kun je verschillende datatypes in je variabelen kwijt:
-
Getallen: JavaScript heeft één enkel datatype voor getallen, of het nu om een geheel getal of om een kommagetal gaat. Zo declareer je een variabele met een getal erin:
let maVariable = 5;-
Strings: een string is een reeks tekens tussen aanhalingstekens. Je mag enkele of dubbele aanhalingstekens gebruiken, maar enkele zijn aan te raden om verwarring met apostroffen te voorkomen. Zo declareer je een variabele met een string erin:
let maChaine = 'Ma variable est une chaine de caractères';Staat er een apostrof in je string, dan kun je die ‘escapen’: zo laat je JavaScript weten dat de apostrof je variabele niet afsluit maar bij de tekst hoort.
Voorbeeld: “Chaque matin , j’écoute la radio”
let maChaine = 'Chaque matin, j\'écoute la radio';
// of, leesbaarder: dubbele aanhalingstekens
let maChaine2 = "Chaque matin, j'écoute la radio";-
Booleans: een boolean is een datatype dat maar twee waarden kent: waar of onwaar. Zo declareer je een booleaanse variabele:
let estVrai = true;1 en 0 kun je als booleans opvatten: 1 = waar, 0 = onwaar. Toch gebruik je liever true of false, zodat meteen duidelijk is dat het om booleans gaat en niet om getallen.
-
null en undefined: het sleutelwoord null staat voor een bewust lege waarde, undefined voor een waarde die niet is gedefinieerd. Je gebruikt ze vaak om aan te geven dat een variabele nog niet geïnitialiseerd is of geen geldige waarde heeft. Zo declareer je een variabele met de waarde null of undefined:
let maVariable = null;
let monAutreVariable = undefined;Globale en lokale variabelen
Een variabele die je buiten alle functies declareert, heet in JavaScript een globale variabele en is overal in je code bereikbaar. Een variabele die je binnen een functie declareert, heet een lokale variabele en bestaat alleen binnen die functie.
// Globale variabele
var globalVariable = "Je suis une variable globale";
function myFunction() {
// Lokale variabele
var localVariable = "Je suis une variable locale";
console.log(globalVariable); // toont "Je suis une variable globale"
console.log(localVariable); // toont "Je suis une variable locale"
}
console.log(globalVariable); // toont "Je suis une variable globale"
console.log(localVariable); // toont een fout, want de variabele is buiten de functie niet bereikbaar
Declareer lokale variabelen binnen de functie zelf: dat voorkomt naamconflicten en houdt je code overzichtelijk.
Conclusie
In dit hoofdstuk heb je gezien hoe je variabelen in JavaScript declareert en gebruikt, welke datatypes er beschikbaar zijn en hoe je die bewerkt. Je kent nu ook het verschil tussen de sleutelwoorden var, let en const en tussen globale en lokale variabelen. Met die basis zet je variabelen doelgericht in je JavaScript-projecten in.